Onderhandelen over veiligheid

Buncefield scenarioOvervulbeveiligingen op opslagtanks met brandbare vloeistoffen in Nederland leveren niet allemaal aantoonbaar voldoende risicoreductie. Lees en huiver: die situatie bestaat al 11 jaar en zal nog tot uiterlijk 2023 voortduren (als het  nieuwe plan tenminste wél wordt geïmplementeerd). Dat zit zo:

Onderhandelen over veiligheid

Op 13 juli 2016 is de herziene PGS 29 richtlijn gepubliceerd (link). Met de publicatie is een traject van 11 jaar afgesloten en is een nieuw traject van implementatie gestart van 2-7 jaar. De vorige herziening dateert uit 2008 naar aanleiding van de grote brand op het depot in Buncefield (UK, 2005).  Klik hier voor een één sheet samenvatting van wat er gebeurde.

We zijn nu 11 jaar na Buncefield. Het onderzoek van deze brand leidde tot nieuwe inzichten over met name de effecten van overvullen van tanks met opslag van brandbare vloeistoffen. In bijlage G bij de nieuwe PGS29 zijn uiterste implementatie foto buncefieldtermijnen opgenomen van overvulbeveiligingen die dan eindelijk aan de regels moeten voldoen. Die lopen van 2018 tot 2023. Dan hebben we dus gedurende 13- 18 jaar na ‘Buncefield’ overvulbeveiligingen toegestaan die niet aantoonbaar het risico van ‘Buncefield’ scenario’s voldoende reduceren. Jaren van vergaderen,  rapporten schrijven, consequentie analyses doen, risico methodieken toetsen etc. zijn intussen verstreken. Staatssecretaris Sharon Dijksma (Infrastructuur en Milieu) vond terecht dat het zo echt niet langer kon en schreef een brief op poten (15/2/16) met bijlagen naar de industrie. Die bijlagen zijn nu in de PGS terecht gekomen. De brief is dan wel gericht aan de industrie, maar een van de belangrijkste problemen is de versnippering aan overheidskant. Om een idee te krijgen, de brief is afgestemd met : het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Inspectie SZW, de ILT, de veiligheidsregio’s, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In de programmaraad van de PGS zitten verder naast het IPO, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Inspectie-SZW en de Brandweer Nederland. Die moeten het allemaal eens worden. De regisserende rol blijft voor de staatssecretaris, dat is dus geen eenvoudige taak! Vergaderen en onderhandelen over veiligheid. Maar hoe is het intussen daadwerkelijk met de veiligheid van de opslagtanks? Wie weet dat? Wie kent de risico’s?

Risicoanalyse impasse.

Er was een een extra PGS 29 commissie (met industrie) ingesteld die de opdracht had een standaard risicoanalyse methodiek voor de PGS 29 te documenteren. Daar zijn diverse versies van conceptrapporten van verschenen. Zelf heb ik een keer in opdracht een second opinion daarvan uitgevoerd. Het mocht allemaal niet baten, men werd het niet eens. In de recente PGS 29 is nu de risicobenadering even halfslachtig geformuleerd opgenomen als in de versie van 2008 (SIL, IEC 61511, LOPA, ..in feite komt dat allemaal op hetzelfde neer). Mooie ambities misschien, maar in feite wordt in de PGS 29 geen risicobenadering toegepast bij het bepalen van de noodzaak van een automatisch ingrijpende overvulbeveiliging. In een volgend blog wil ik trouwens graag een keer terugkomen op de risicoanalyse methodiek voor overvulbeveiligingen in de PGS 29.

PGS Nieuwe Stijl

Intussen is er een ‘PGS Nieuwe stijl’  (link) in aantocht. Eind 2017 zou dat zijn beslag moeten krijgen in nieuwe versies van PGS publicaties. De risicoanalyse moet daar een hoofdrol in spelen (en terecht!). In de aangekondigde  opzet is een stappenplan gegeven: identificatie van de scenario’s, analyse van kansen en gevolgen én het classificeren van de scenario’s. Het staat er niet, maar ‘classificeren’ daar wordt mee bedoeld: het evalueren van de risico’s en het toetsen aan een norm (niet genoemd: probleem!, die bestaat niet voor bv werknemers). Het stappenplan bevat de juiste stappen. Eerst nog maar eens zien of alle partijen het hier wél over eens worden en hoe de verschillende stappen worden ingevuld. Maar de PGS 29 (versie 2016) is nog Oude Stijl helaas.

Hoe zou het moeten?

LOPA treeOpslagtanks met brandbare vloeistoffen zijn (onderdeel van) installaties met gevaarlijke stoffen. Wereldwijd worden voor dat soort installaties risico evaluaties gedaan.  Ook in Nederland, zoals bv is voorgeschreven voor BRZO installaties. Altijd startend met een HAZOP studie. Zie mijn eerdere blog hierover. Blijkbaar willen we voor ‘PGS installaties’ dat helemaal dicht timmeren, zelfs met voorgeschreven maatregelen (zoals overvulbeveiligingen) en de betrouwbaarheid ervan. Waarom eigenlijk alleen voor PGS installaties?

Welke installaties/ activiteiten worden opgenomen in een PGS?

books-2PGS installaties zijn historisch bepaald en er zijn er slechts een beperkt aantal. Voor bijvoorbeeld reactoren, destillatie units of gestookte installaties bestaan er geen PGS-en. Bij die installaties volgen we dus gewoon de internationale praktijk. Met de verantwoordelijkheid bij het bedrijf. Waarom dat verschil? We zien waar dat toe leidt, de (versnipperde) overheid zit hier tot de nek toe in.

 

Aanbevelingen:

  • Verkort de implementatie termijnen PGS 29
  • Zo snel mogelijk de PGS Nieuwe Stijl invoeren en de PGS 29 daaraan aanpassen (voor 2018). Dit vereist een slagvaardige organisatie.
  • De PGS Nieuwe Stijl zou van toepassing moeten zijn voor alle installaties en niet voor de paar die toevallig in het verleden zijn opgevoerd. Hiermee kan de PGS reeks zelfs overbodig worden!

 

 

 

 

 

 

Over Chris Pietersen

Na de studie (TU Delft) in dienst bij Shell: process control/ safety. Vervolgens bij TNO werkzaam op het vakgebied risico analyse en veiligheid. Daar gefunctioneerd als internationaal expert. Ter plaatse de rampen in Bhopal en Mexico City onderzocht. In 1993 onderscheiden als TNO Senior Research Fellow. Later lid van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS) en senior onderzoeker bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Thans directeur/eigenaar en procesveiligheid consultant bij Safety Solutions Consultants (SSC, een voormalig TNO bedrijf). Boek: 'De twee grootste industriële rampen' (2010). Engelstalige, versie gepubliceerd in India (december 2013).
Dit bericht werd geplaatst in PGS, PGS 29, PGS nieuwe stijl, Risicoanalyse en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Onderhandelen over veiligheid

  1. Versnippering vanuit de overheden is nog een serieus knelpunt. De achterblijvende voortgang op dit dossier is daar echter niet helemaal mee te verklaren. Het is de onmogelijke mix van willen doorpakken in toezicht en handhaving, terwijl in directiekamers en het ‘haagse’ de deuren wagenwijd open blijven staan voor overleg. En naar goed gebruik: zolang je in overleg bent is handhaven ‘not done’. Ik snap de recente roep om onafhankelijk toezicht dan ook heel goed.

    PGS nieuwe stijl zal ook zonder wettelijke norm voor het toetsen van risico’s een verbetering zijn ten opzichte van de huidige opzet. Het maximaal haalbare nu is een gestructureerde aanpak die erg lijkt op RI&E, ARIE en de Brzo benadering: Risico’s inventariseren, evalueren en op basis daarvan beheersmaatregelen bepalen. Uiteraard met specifieke doelen om in de PGS publicaties steeds de verbinding te leggen tussen risico’s en de maatregelen. Dat laatste moet het voor een bedrijf ook makkelijker maken om alternatieve maatregelen te kiezen die beter passen bij de specifieke eigen bedrijfsituatie.

    Nu nog naar moderner en actuelere invulling van de omgevingsvergunningen en wellicht is het dan wel haalbaar om ‘lessons learned’ van een toekomstig incident binnen vijf jaar(!?) geimplementeerd te krijgen. Zoals het nu gaat zit een niet actueel maar wel volledig dichtgetimmerde vergunning overheden in de weg om snel te handelen en belemmert het tegelijk bedrijven bij innovatie en de invulling van hun eigen primaire verantwoordelijkheid voor de veiligheid voor mens en milieu. De keuze jaren geleden om het primaat voor de implementatie van PGS29 bij het bevoegd gezag te leggen via het vergunningenspoor is achteraf gezien niet zo’n handige geweest. Voor een groot aantal bedrijven dat onder de Seveso richtlijn valt, was een meer voor de hand liggende route beschikbaar. Namelijk via de verplichting dat nieuwe inzichten naar aanleiding van een (internationaal) zwaar ongeval door een Seveso bedrijf moeten worden betrokken bij een review van preventiebeleid, VBS en waar nodig de maatregelen. De bal ligt dan waar die moet liggen (bij het bedrijf), en toezicht en handhaving kan waar nodig behoorlijk snel en efficient ingezet worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s